Bouwen met Slib en Klei

Hoe maak je zo efficiënt mogelijk een voldoende stabiele ondergrond van slib en hoe realiseer je zo hierop hoog mogelijk natuurwaarden?

In dit thema onderzoeken we hoe de samenstelling van het slib en de manier van aanbrengen de consolidatie -en draagkrachtontwikkeling beïnvloeden. Hoe creëer je meeste natuurwaarden?

De eilanden van Marker Wadden bestaan uit twee soorten slib: dun slib en holocene klei. Het dunne slib komt van de bodem van het Markermeer. De holocene klei is steviger materiaal uit het Markermeer. Dit is gebruikt voor de aanleg van de eerste eilanden. Het dunne slib gaat in de toekomst gebruikt worden voor het onderhoud en de verdere uitbouw van de Marker Wadden. Het onderzoek richt zich daarom primair op kennisontwikkeling over bouwen met dit dunne slib.

Onderzoeksonderwerpen

De onderzoekers kijken daarbij naar de volgende onderdelen van Marker Wadden:

  • De slibgeul en luwte van Markerwadden: aanslibbingssnelheid
  • De slibcompartimenten: sterkte- en hoogteontwikkeling, invloed van vegetatie hierop
  • De zandige randen: stabiliteit en uitwisseling tussen Markermeer en Marker Wadden

Contactpersonen (thematrekkers)

Marcel Klinge (Witteveen+Bos), Thijs van Kessel (Deltares)

Betrokken onderzoekers

Gerlinde Roskam (Deltares), Valesca Harezlak (Universiteit Twente), Koen Princen (Witteveen+Bos), Henk Steetzel (Arcadis)